Er zijn afspraken nodig over lobbyende oud-politici
Het bedrijfsleven neemt ex-bewindslieden graag in dienst, want zij kennen de weg in Den Haag. Ongelukken liggen op de loer.
Oud-staatssecretaris Jack de Vries gaat een directiefunctie vervullen bij public relations-bureau Hill & Knowlton. Hierdoor laait de discussie over 'naar het bedrijfsleven overstappende bewindspersonen' weer op: Is er geen belangenverstrengeling?
Politici die na hun periode als minister of staatssecretaris, hoge functies gaan vervullen bij grote vooraanstaande ondernemingen lijken een betrekkelijk nieuw fenomeen. Van de omvangrijke groep bewindslieden die diende in de kabinetten Lubbers I, II en III maakte slechts Onno Rudding zo'n overstap, hij werd de topman bij de internationale bank Citibank. Uit de kabinetten-Kok en -Balkenende maakte vele bewindslieden de overstap. Op oud-minister Hans Wijers na, die naar Akzo Nobel ging, de meesten pas vrij recent.
Zo stapte oud-minister Camiel Eurlings over naar de directie van KLM, Atzo Nicolaï naar DSM, Gerrit Zalm en Joop Wijn gingen naar ABN Amro, oud- staatssecretaris Dick Benschop naar Shell, Frank Heemskerk naar Royal Haskoning. En natuurlijk Jan Peter Balkenende en Wouter Bos. De oud-premier ging naar Ernst&Young en de voormalig PvdA-leider naar KPMG.
Kennelijk hebben grote ondernemingen door de economische crisis ingezien dat het van groot belang is om goede ingangen in de landelijke en Europese politiek te hebben. Tot voor kort organiseerden ze die door aansluiting te zoeken bij koepelorganisaties waarvoor vaak oud-bewindspersonen als voorzitter werden gevraagd en via public affairs adviseurs. Men is kennelijk tot inzicht gekomen dat dit onvoldoende garantie biedt voor succes. Bedrijven borgen nu politiek-bestuurlijke ervaring in het topmanagement.
De oud-bewindspersonen krijgen mooie functietitels bij hun nieuwe werkgever, maar voor een belangrijk deel zijn ze natuurlijk lobbyist. Populair gezegd, ze kennen de weg in Den Haag. Op zich is daar niets mis mee. Maar door de toename van het fenomeen is het noodzakelijk dat hierover duidelijk afspraken komen. Recent stuurde minister Donner van binnenlandse zaken hierover een brief naar de Tweede Kamer.
Hij stelt dat de oud-bewindspersoon, de organisatie waarin deze werkzaam is, en het overheidsorgaan waarmee vanuit de nieuwe functie zakelijke contacten worden gelegd zich moeten houden aan enkele summiere regels. Er geldt geheimhouding voor staats- en ambtsgeheimen, men dient zo te handelen dat nooit de schijn kan ontstaan dat tijdens de ambtsuitoefening onzuiver is gehandeld, en een minister in functie moet de premier raadplegen als hij gaat praten met een toekomstige werkgever,
In vergelijking tot de Europese Commissie en de Verenigde Staten is dit een zeer beperkte set aan afspraken. In de VS mogen oud-politici afhankelijk van de functie één of twee jaar niet voor een bedrijf als lobbyist actief zijn. In Nederland kennen we dit soort afspraken niet, uitgezonderd het ministerie van defensie.
Bestuurders, politici en lobbyisten moeten samen regels opstellen hoe we met dit fenomeen omgaan. Niet alleen het parlement zou zich hierover moeten buigen. Op basis van eigen verantwoordelijkheid en om te voorkomen dat er onwenselijke situaties ontstaan die het public affairs- vak onnodig schade toebrengen, moeten lobbyisten zelf het gesprek aangaan en voorstellen aan het parlement doen.
Het beïnvloeden van wet- en regelgeving is gelegitimeerd en relevant en de inzet van kennis en kunde van oud-bewindspersonen verstandig. Maar laten we voorkomen dat er ongelukken gebeuren en de public affairs worden geschaad. De oud-bewindspersonen die nu lobbyist zijn, kunnen de beroepsgroep en de Kamer een handje helpen bij het opstellen van heldere regels.
Roderik Potjer
Adviseur public affairs
Pauw Sanders Zeilstra
Donderdag 23 juni d.d. geplaatst in Trouw
Foto: ANP
- login of registreer om te reageren