Zomerpraet 2011: Het Binnenhof van buiten bekeken
Nieuwspoort, 28 juni 2011
Belangenbehartiging en lobby is voor brancheorganisaties ‘core business’. Toch worstelen veel organisaties met de vraag hoe je dat effectief organiseert. Wat is je statement en zit Den Haag daar wel op te wachten? Hoe en wanneer kun je een Kamerlid benaderen? Wat is de juiste timing? Worden de echte zaken gedaan in de wandelgangen, of moet je juist de formele weg bewandelen? Kortom, wat zijn de do’s en dont’s voor een goede lobbystrategie?
Om die vragen te beantwoorden hebben Wissenraet Van Spaendonck en Pauw Sanders Zeilstra Van Spaendonck voor Zomerpraet 2011 drie verrassende en gerenommeerde inleiders uitgenodigd die het Haagse doolhof door en door kennen.
De korte aftrap door dagvoorzitter Carmen de Jonge van Wissenraet Van Spaendonck schetste in grote lijnen het thema: Met een boodschappenlijstje een kamerlid bestoken heeft doorgaans weinig effect; vele krachten zijn immers actief. ‘Het verhaal’ moet natuurlijk kloppen, maar ook op de goede manier rekening houden met politieke belangen en de spelers die daarin hun rol hebben. Kick van der Pol, al vele jaren als bestuurder betrokken bij verschillende koepels en brancheorganisaties, schetste in grote lijnen de paradigmashifts in de politieke arena van de laatste decennia.
Hoewel de echte verzuiling al voorbij was, was de politiek in de tachtiger jaren nog redelijk overzichtelijk. Het CDA had als grote partij een sleutelpositie in het centrum van de macht en kon bepalen met welke partij het wilde regeren. Om dingen te bereiken had je slechts een beperkt aantal hoofdspelers nodig en konden er snel zaken worden gedaan.
In de negentiger jaren verloor het CDA z’n centrale positie en probeerden andere partijen de daardoor ontstane ruimte in het politieke midden te veroveren. Partijen kropen meer en meer naar elkaar toe en verdrongen elkaar in de strijd om de kiezer. Invloedslijnen werden minder vanzelfsprekend en er kwam een groeiende vraag naar meer transparantie.
De laatste jaren laten juist weer een omgekeerde beweging zien en lijkt het politieke centrum juist uiteen te vallen. Nieuwe partijen komen sterk op, het electoraat raak meer verdeeld en kiezers stappen steeds sneller over naar andere partijen. Bovendien wordt steeds merkbaarder dat de invloed van ‘Den Haag’ kleiner wordt. Meer en meer worden de echt belangrijke besluiten genomen in Brussel of worden bevoegdheden juist overgeheveld naar het lokaal bestuur. De besluitvorming is minder overzichtelijk geworden.
Deze ontwikkelingen hebben uiteraard gevolgen voor de manier waarop organisaties hun belangenbehartiging organiseren. Een paar van de adviezen waar Van der Pol mee afsloot:
- Investeer in goede en lange termijn contacten met zo veel mogelijk Kamerleden en politieke partijen.
- Richt de belangenbehartiging meer op de Brusselse regelgeving.
- De stroom aan informatie richting Kamerleden en ambtenaren is bijna grenzeloos; investeer vooral in het aanbrengen van structuur en het selecteren van de juiste argumenten.
De ‘beslagen kaasstolp’ die het Binnenhof heet
Jan Schinkelshoek, die onder meer lid van de Tweede Kamer, communicatieadviseur en journalist was, vertoeft al bijna veertig jaar op en rond het Binnenhof. In zijn inleiding ging hij in op de beelden en ook vooroordelen over het functioneren van het parlement. Dat de debatten vroeger van veel hoger niveau waren, dat Kamerleden vroeger veel deskundiger waren; het parlementair activisme door steeds vaker spoeddebatten aan te vragen of vragen in te dienen of het onvermogen om eens verder te kijken dan de ‘beslagen kaasstolp’ die het Binnenhof heet.
Tegelijkertijd hebben die beelden ook een keerzijde die belangrijke aanknopingspunten bieden voor een goede belangenbehartiging. Kritiek op het functioneren van de Kamer is van alle tijden; voor een belangenbehartiger is het vooral belangrijk om te kijken welke kansen bepaalde ontwikkelingen bieden.
Kamerleden voelen zich gedwongen om meer zichtbaar te zijn en sneller te ‘scoren’, niet alleen in de debatten maar vooral ook in de media. Dit biedt bijvoorbeeld kansen om issues sneller op de agenda te krijgen.
Kamerleden zijn meestal geen vakspecialist op het gebied waarop zij woordvoerder zijn, maar generalisten die een politieke afweging moeten maken. Kamerleden zijn er dan ook bij gebaat goede en compacte informatie aangeleverd te krijgen die die politieke keuzes ondersteunen. Dit vereist het maken van scherpe keuzes in de informatie die je aanlevert.
Ook de ‘kaasstolp’ heeft positieve kanten. Onderhandelingen en besprekingen kunnen immers niet altijd in de openbaarheid plaatsvinden. Wel zou er volgens Schinkelshoek achteraf veel opener verantwoording afgelegd moeten worden over de bereikte resultaten. Ook bij belangenbehartiging is ‘stille diplomatie’ vaak effectiever dan direct de publiciteit te zoeken. Het is dan wel zaak om op tijd in actie te komen. Te vaak hebben organisaties hun argumenten of alternatieven te laat paraat om ze nog rol te laten spelen bij de besluitvorming. Demonstraties op het Malieveld zijn dan misschien nog wel goed voor de eigen achterban, maar hebben uiteindelijk vrijwel nooit effect.
Afsluitend schetste Schinkelshoek een beeld van het hectische bestaan van een Kamerlid en de zeer beperkte ondersteuning. In dat opzicht is een Kamerlid net een ‘kleine zelfstandige’ die heel veel zelf moet doen. Het is belangrijk om daar rekening mee te houden en Kamerleden alleen te benaderen op die momenten en met die zaken die er echt toe doen.
Belangenbehartiging is ‘halen en brengen’
De derde inleider was Max van Weezel, parlementair journalist, columnist bij Vrij Nederland en presentator van Met het oog op morgen. Anekdotisch schetste hij een beeld van de dagelijkse gang van zaken in en rond de Kamer én de wijze waarop de media daarop haar invloed laat gelden. Een van de belangrijkste kenmerken van een goede belangenbehartiger is volgens Van Weezel dat hij investeert in goede relaties, ook wanneer er geen directe issues spelen. Hij roemde daarbij Ben Pauw, grondlegger van het PA-vak, die er een meester in was om – vaak ook geheel belangeloos – de juiste mensen aan zich te binden en aan elkaar te koppelen.
Te vaak komt het voor dat lobbyisten alleen contact opnemen wanneer zij zelf iets nodig hebben van een politicus of journalist en vergeten dat belangenbehartiging ‘halen en brengen’ is.
Een goede lobbyist investeert niet alleen in een goed relatienetwerk, maar ook voortdurend in het versterken van z’n politieke antenne. Veel kansen en bedreigingen vind je niet in de officiële stukken, maar moet je zelf signaleren door verhoudingen goed in te schatten en de politieke context te kennen.
Een druk bezochte en geanimeerde bijeenkomst, die smaakt naar meer.
Zomerpraet 2011: het binnenhof van buiten bekeken vond plaats op 28 juni 2011 in Perscentrum Nieuwspoort in Den Haag. Organisatie door Wissenraet Van Spaendonck en Pauw Sanders Zeilstra Van Spaendonck.